Het verhaal van Stan Wezenberg

Gepubliceerd op 16 september 2009 in de categorie Nieuw Leven.

Stan Wezenberg is getrouwd en vader van een tweeling (jongen en meisje) van elf jaar. Hij is werkzaam op de Luchthaven Schiphol als crew shop medewerker. Zijn verhaal begint op zondag 30 september met een zogenaamd griepje en eindigt ruim een maand later met een levertransplantatie.

‘Ik at een broodje en voelde mij opeens niet lekker. Toen ik de volgende dag naar de fysio-fitness ging, merkte ik wat krachtverlies. Waarschijnlijk een griepje, dacht ik. Dinsdag heb me ziek gemeld bij m’n werkgever en woensdag ging ik naar de huisarts. Deze zei dat ik last had van mijn maag en hij gaf me een kuurtje mee. Donderdag moest ik voor controle naar de bedrijfsarts en hij vond dat ik maandag 9 oktober wel weer aan het werk kon.

Het verhaal van Stan Wezenberg

Vrijdag, toen mijn vrouw thuiskwam van haar werk, vond ze me wel erg geel. Toch nog maar even de huisarts bellen? Deze bleek er niet te zijn, dus ik wachtte tot na het weekend. Zondagochtend zat er bloed bij mijn ontlasting, dat was voor mij aanleiding om de huisartsenpost te bellen en we mochten ook even langskomen. Al snel werd duidelijk dat ik een vorm van geelzucht had en absoluut niet mocht werken. De volgende dag moest ik bloed laten prikken en een echo laten maken van de lever en de galblaas. Op de echo was de galblaas niet te zien en daarom moest ik de volgende dag nuchter terugkomen. Maar ook toen was er geen galblaas te zien.

Woensdag kon ik naar de huisarts voor de uitslag. Hij vertelde dat we die middag om een uur verwacht werden bij een internist gespecialiseerd in maag-, darm- en leverproblemen in Ziekenhuis Amstelland.
De specialist zei: “We gaan nu bloed afnemen en als de uitslagen ten opzichte van maandag verslechterd zijn, dan nemen we u op. In het ergste geval hebt u volgende week een nieuwe lever”.
Ik moest tot vier uur wachten op de bloeduitslagen en deze waren slechter. Ik werd opgenomen.

Drie keer per dag werd mijn bloed onderzocht en de uitslagen schommelden.
Eén stapje vooruit en twee achteruit.
Ik had nauwelijks het besef wat er nu eigenlijk met me aan de hand was. Ik sliep slecht en tijdens m’n slapeloze nachten luisterde ik veel naar muziek.
Ondertussen had het ziekenhuis al regelmatig contact met het Erasmus MC in Rotterdam.

Dinsdag 16 oktober ging ik naar het Erasmus MC in Rotterdam voor een biopt (stukje weefsel wegnemen voor onderzoek) omdat de bloeduitslagen achteruit bleven gaan.
In Rotterdam deden ze opnieuw allerlei onderzoeken en ze vroegen me of ik de laatste tijd medicijnen had gebruikt of iets geks gegeten had. Dat was niet het geval.
Ook in dit ziekenhuis sliep ik slecht en liep ik nachtenlang op de gang.
Als mijn situatie niet verslechterde mocht ik naar huis maar dan moest ik wel twee keer per week voor controle terugkomen.

Over bezoek had ik niets te klagen, elke dag was er wel iemand.
Zondag 21 oktober wilde ik opeens geen bezoek hebben. De volgende dag moest mijn vrouw komen. Ik lag in een subcoma, een toestand tussen diepe coma en volledig bewustzijn, en had niet veel tijd meer. Mijn vrouw moest toestemming geven zodat ik op een High Care (hoogste urgentie) lijst kwam voor een levertransplantatie.
Ik was overgebracht naar de Intensive Care afdeling.

Op dinsdag 23 oktober was er een lever beschikbaar. Ik werd rond half twaalf geopereerd en om vijf uur was de operatie voltooid. Een dag later kwamen de kinderen met oma langs. Ik reageerde op hun stemmen, maar handen knijpen lukte nog niet. Ik heb nog twee dagen op de IC gelegen, daarna mocht ik naar de afdeling. Het ging iedere dag een stukje beter. Na zes dagen op de afdeling mocht ik op donderdag 1 november naar huis.

Drie dagen later werd ik wakker met pijn in mijn linkerbeen en aan de operatiewond. Voordat ik het wist lag ik weer in het ziekenhuis, nu met een longembolie en een dichtgeslibde galbuis. En of dat nog niet genoeg was volgden er ook nog zeven ERCP’s (een vorm van endoscopie om de galwegen af te beelden), een ontsteking aan de alvleesklier, netelroos, een biopt en afstotingsverschijnselen. Tot en met maart ben ik iedere maand wel in het ziekenhuis geweest voor een opname.

Momenteel werk ik weer voor 60% in de wisseldienst. Langer werken zit er waarschijnlijk niet meer in.

Maar… ik ben een gelukkig mens. Ik wil iedereen bedanken die dit alles voor mij mogelijk heeft gemaakt.

En heel in het bijzonder mijn donor!’

Stan Wezenberg