“Er is een lever voor Tiba”, klonkt het door de telefoon…

Gepubliceerd op 9 mei 2008 in de categorie Nieuw Leven.

Er zijn van die momenten in je leven die je nooit vergeet. Meestal hebben die te maken met geboorte en dood. Bij ons stond het moment van 2007 in het teken van nieuw leven en dood.

“Er is een lever voor Tiba”, klonkt het door de telefoon. Het was vrijdagavond, net na half negen en de kalender zei dat het 26 oktober 2007 was. De wereld stond even helemaal stil. Een bizar moment: fantastisch, geweldig, hoopvol, spannend, verlammend eng, cru, ontroerend, ... en dat allemaal tegelijk.

Precies acht maanden hadden we op dit telefoontje gewacht, dit telefoontje dat de boodschap van nieuw leven bracht voor onze toen vierjarige dochter Tiba. Nieuw leven, een toekomst voor ons lief, vrolijk en levenslustig kind. Eindelijk!

“Er is een lever voor Tiba”, klonkt het door de telefoon…

“Het is een lever van een jongen van 18 jaar,” kreeg ik ook te horen van Magda, de transplantatie coördinatrice van het Brusselse hospitaal St Luc. Onmiddellijk schoten allerlei beelden door mijn hoofd. Een jongen van 18, een jongen in de bloei van zijn leven. Een jongen die misschien vorige week nog intens van het leven genoot en niet had kunnen bevroeden dat zijn leven abrupt zou eindigen. Hoe zou hij zijn overleden? Een ongeluk, een hartstilstand? Was hij donorgeregistreerd, of niet? Hebben zijn ouders de beslissing op dat vreselijke moment moeten nemen? We zullen het nooit weten.

Als we ons zelf weer enigszins in de hand hebben, slaan we snel aan het organiseren. Al maanden klaarliggende actielijstjes worden afgevinkt, koffers gepakt, telefoontjes gepleegd en opvang voor onze oudste en jongste dochter geregeld. Pas als we rustig genoeg zijn om te vertrekken naar Brussel, waar de transplantatie gaat plaatsvinden, maken we Tiba wakker en vertellen we haar, waar we haar zo goed en zo kwaad als dat kon op hebben voorbereid: dat ze vannacht een nieuwe lever zal krijgen en dat ze dan weer zal kunnen rennen, net als de andere kindjes van de klas, net als haar grote zus Noa. Dat ze geen jeuk meer zal hebben. Dat haar buik, die er uitziet als die van een hoogzwangere, zal slinken en dat haar gele huidskleur zal wegtrekken.

Tiba is er vrij rustig onder en zal de gehele reis van 160 lange kilometers nadenken over de vraag wie zij zal meenemen in de operatiekamer: papa of mama.

Het afscheid van dochter Noa van zeven jaar is moeilijk. Zij heeft het telefoontje nog net voor het slapengaan meegekregen en realiseert zich erg goed dat het moment van de waarheid is aangebroken. De ziekte van haar zusje heeft al die jaren heel veel impact op haar gehad en dan moeten we haar ook nog eens vragen om goed op haar kleine zusje Layla te passen. De grote-mensen-zorgen op haar schouders; ik wilde dat we haar dat hadden kunnen besparen.

Tijdens de autorit naar Brussel denken François en ik allebei aan wat straks komen gaat. Het is het moment waar we in feite al bijna vijf heftige jaren naar toe hebben geleefd, het moment dat als een bijna onneembare berg voor ons uit torende. Ook denken we aan de onbekende donor. In stilte, ieder in onze eigen gedachten verzonken. Natuurlijk hebben wij maanden lang gedacht over de onbekende mens die op een dag donor zou gaan worden voor onze dochter. Nu weten we dat het een jongeman was, die ervoor gezorgd heeft dat Tiba een nieuwe kans in het leven gegeven zou worden. Hij is voor altijd een held voor ons en waarschijnlijk ook voor andere mensen, die misschien andere organen van hem hebben mogen ontvangen.

De transplantatie duurt bijna acht uren en al op de IC is ons duidelijk dat het goed komt met Tiba. Ze is al bij bewustzijn en vraagt om water te mogen drinken. Haar buik is nu al zichtbaar geslonken.

In de dagen die volgen verloopt het herstel heel voorspoedig. Het onbeschrijfelijke gevoel om eindelijk in Tiba’s ogen te kunnen kijken, zonder dat het oogwit van een zieke, vertroebelde kleur geel is vanwege het hoge bilirubinegehalte. Eindelijk haar echte mooie kleur ogen te kunnen zien; ik verdrink er bijna in, zo lang en vaak wil ik in die ogen blijven kijken!

Precies twee weken na dato mag Tiba naar huis. Het welkomstcomité van vrienden en buren is verbijsterd wanneer ze Tiba zo kwiek zien uitstappen. Ze ziet er fantastisch fris uit, als herboren.

Herboren is Tiba inderdaad. Zo voelen wij dat althans. Het gaat heel goed met haar en ze gaat alweer een paar maanden naar school. Haar te zien huppelen op het schoolplein, te zien lachen met vriendinnetjes, haar te zien dansen en genieten, haar met haar overgrootmoeder lekker van de koekjes te zien smullen, ... elke dag beseffen we hoe bijzonder het is dat we haar terug hebben gekregen.

Zo klein als Tiba is, ze weet dat haar nieuwe lever van een jongen van 18 afkomstig is en dat ze heel zuinig op haar lichaam moet zijn. We voelen de behoefte om binnen afzienbare tijd in een brief aan de familie van Tiba’s donor kenbaar te maken hoe dankbaar we zijn voor het ultieme gebaar van medemenselijkheid en naastenliefde, voor het geschenk van nieuw leven.

Olga Majeau-Henny, moeder van Tiba