Verslag TransplantERENdag 2002

De Domkerk in Utrecht was op vrijdag 10 mei 2002 de plaats waar nabestaanden van donoren, en getransplanteerden bijeen kwamen om stil te staan bij dat moment waarop de één een dierbare verloor en de ander een nieuw leven tegemoet ging. Voor de tweede keer bracht de STNu! beide partijen, die een sterke verbondenheid met elkaar voelen, bijeen. Volgens Chel Mertens, voorzitter van de STNu!, geen dag voor publieke actie maar een dag vol dankbaarheid jegens de donoren.

De sfeervolle entourage van de Domkerk is bij uitstek geschikt voor een plechtigheid als deze. Een kerk geeft, of je nu gelovig bent of niet, de rust en stilte om de dingen van alledag even te vergeten en tot bezinning te komen. Maar bovenal is de TransplantERENdag bedoeld voor nabestaanden en getransplanteerden om een hommage te brengen aan de overleden donoren.

Omlijst door harmonieuze zang van Kwintet, en harpmuziek door Marc F.M. Hebbelinck, vertelt een nabestaande hoeveel troost zij put uit de gedachte dat door het overlijden van haar man, hoe verdrietig ook, het leven van één of meerdere patiënten is gered. Tegelijkertijd leeft er bij nabestaanden de vraag: ‘Hoe gaat het eigenlijk met die mensen? Heeft de transplantatie aan de verwachtingen voldaan en kunnen ze weer genieten van hun nieuwe leven?’
Met die vragen zat Marianne Winkel, nabestaande van een donor. Zij en haar man hadden samen, en met de kinderen, gesproken over donorregistratie en daar heel bewust voor gekozen. Toen Ron Winkel aan een hersenbloeding overleed, was voor Marianne het verdriet enorm. Maar gelukkig hoefde ze op dat emotionele moment geen beslissing meer te nemen. Dat had Ron zelf al gedaan, door zich bij leven te laten registreren als donor. Zij hoefde alleen zijn wens te eerbiedigen. ‘Dit is een dag waarop we emoties en gevoelens met elkaar kunnen delen. Maar wat ik vooral graag wil, is iets terughoren van de getransplanteerden.’

Getransplanteerden op hun beurt willen maar al te graag blijk geven van hun dankbaarheid en vreugde. Dankzij hun donor hebben ze een nieuw, kwalitatief beter leven gekregen. Deze dankbaarheid kunnen ze echter maar moeilijk uiten. Ze kennen immers de donor en zijn of haar nabestaanden niet. De TransplantERENdag geeft ze de mogelijkheid hun levensverhaal te vertellen aan (onbekende) nabestaanden. Zo vertelt een levergetransplanteerde vol trots dat ze na haar transplantatie haar universitaire studie kon afronden en nu drs. in toegepaste onderwijskunde is. Een longgetransplanteerde kan letterlijk opgelucht ademhalen sinds zijn transplantatie; een hartgetransplanteerde zorgt weer zelf voor haar kindje en heeft net haar nieuwe huis ingericht, en een niergetransplanteerde geniet met iedere vezel dubbel en dwars van zijn nieuwe nier, die hem onder andere de mogelijkheid heeft gegeven een gezin te stichten.
Om hun dankbaarheid tot uiting te brengen, onsteken jonge getransplanteerden met kaarsen een cirkel van licht.

Mevrouw E. Borst-Eilers, demissionair minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), zou één van de sprekers zijn. Zij liet zich echter wegens onverwachte politieke verplichtingen verontschuldigen. Directeur generaal, de heer N. Oudendijk, sprak de speech uit waarin mevrouw Borst onder andere over het thema ‘wederkerigheid’ aanhaalt. ‘Met wederkerigheid bedoel ik de inconsequentie van het wel willen ontvangen, maar het niet willen geven van een orgaan. Ik wil zonodig wel een orgaan van iemand anders krijgen, maar ik wil het niet zelf afstaan als ik dood ben. Voor die inconsequentie kunnen we niet langer onze schouders ophalen. Transplantatie is alleen mogelijk als er ook donoren zijn die hun organen willen afstaan na hun dood. Zonder donors geen ontvangers!

We starten in het najaar 2002 een voorlichtingscampagne onder het motto “donatie: je helpt er een ander mee”. Ú hier weet dat al. Ik hoop dat straks nog veel meer mensen daarvan doordrongen raken.’

De STNu! heeft een cd laten maken met de muziek en de gedichten die tijdens de Transplant-Erendag ten gehore zijn gebracht. Maquerite Lejeuz, lid van het organiserend comité, overhandigde het eerste exemplaar aan wethouder Gispen van Utrecht. Alle genodigden ontvingen bij het verlaten van de Domkerk een exemplaar